Een serviceflat als warme thuis: zelfstandig wonen sinds 2000
Zelfstandig wonen, met de geruststelling dat ondersteuning dichtbij is. Vanuit die gedachte openden in 2000 de deuren van Zilverschoon in Roeselare. De serviceflats boden een nieuw antwoord op de woonwensen van ouderen die hun zelfstandigheid wilden behouden, maar tegelijk belang hechtten aan veiligheid, sociaal contact en hulp wanneer dat nodig was.
Sindsdien veranderde er veel. De term serviceflat maakte steeds vaker plaats voor assistentiewoning, de zorgbehoeften van bewoners namen toe en het aanbod aan appartementen voor ouderen werd groter. Toch blijven het gemeenschapsgevoel, de aanwezigheid van een vertrouwd aanspreekpunt en de beschikbare ondersteuning belangrijke troeven.
Een nieuwe woonvorm in volle ontwikkeling
Rond de eeuwwisseling kende de bouw van serviceflats in Vlaanderen een sterke groei. Ook Zilverschoon werd in die periode gerealiseerd, in samenwerking met Serviceflats Invest. Deze organisatie werd op initiatief van de Vlaamse overheid opgericht om samen met OCMW’s en sociale organisaties serviceflats te bouwen en te financieren.
Subsidies maakten de ontwikkeling van deze nieuwe woonvorm mee mogelijk. De erkenning als serviceflat bracht tegelijkertijd heel wat regelgeving en voorwaarden met zich mee. Zo moest er bijzondere aandacht zijn voor veiligheid, toegankelijkheid, permanentie en ondersteuning.
Zilverschoon telt 30 flats en ligt aan de Beversesteenweg, dicht bij het station en op wandelafstand van het centrum van Roeselare. De bewoners konden er vanaf het begin zelfstandig wonen in hun eigen flat. Willy en Leona hielden er een oogje in het zeil en vormden vertrouwde gezichten voor de bewoners. Die nabijheid gaf niet alleen een veilig gevoel, maar droeg ook bij aan de huiselijke sfeer.
Zelfstandig wonen zonder alleen te zijn
Een assistentiewoning is in de eerste plaats een eigen thuis. Bewoners behouden hun vrijheid en privacy, richten hun flat naar eigen smaak in en bepalen zelf hoe ze hun dag invullen. Tegelijk hoeven ze er niet alleen voor te staan. Het gemeenschapsgevoel is dan ook een van de grootste sterktes van deze woonvorm. Bewoners ontmoeten elkaar in de gemeenschappelijke ruimte, nemen deel aan activiteiten of maken tijd voor een gesprek. De woonassistent of conciërge zijn vertrouwde aanspreekpunten bij praktische vragen of wanneer iemand ondersteuning nodig heeft.
Ook de 24/7 permanentie biedt gemoedsrust aan bewoners en hun familie. In een noodsituatie is er altijd iemand bereikbaar. Wie bijkomende ondersteuning nodig heeft, kan bovendien een beroep doen op thuiszorgdiensten van Kotee
Die combinatie vind je vandaag nog steeds terug in de assistentiewoningen van Kotee: zelfstandig wonen waar het kan, met ondersteuning dichtbij wanneer het nodig is.
Meegroeien met veranderende zorgbehoeften
Doorheen de jaren nam de gemiddelde zorgbehoefte van bewoners toe. Mensen blijven langer in hun oorspronkelijke woning wonen en verhuizen vaak pas op latere leeftijd naar een assistentiewoning. Daardoor moeten niet alleen de dienstverlening, maar ook de gebouwen blijven meegroeien.
In Zilverschoon werd daarom verder ingezet op toegankelijkheid voor bewoners die een rollator of rolstoel gebruiken. Aanpassingen zoals een schuifdeur kunnen daarbij een belangrijk verschil maken. De flats zijn rolstoelvriendelijk, bereikbaar met een centrale lift en voorzien van een aangepast ingerichte badkamer en een noodoproepsysteem.
De assistentiewoningen van Zilverschoon bieden zo een combinatie van comfort, veiligheid en zelfstandigheid. De nabijheid van dienstencentrum JEUN Ten Elsberge zorgt bovendien voor bijkomende activiteiten, ontmoetingsmogelijkheden en dienstverlening.
Nieuwe woonprojecten en samenwerkingen
De ervaring die in Zilverschoon werd opgebouwd, werd later ook ingezet in andere woonprojecten. Daarbij werkte Motena samen met externe bouwheren: de bouwheer stond in voor het woonproject, terwijl Motena, meer bepaald Kotee, de woonassistentie en aanvullende dienstverlening opnam.
Zo volgden Maison Aimée in Moorslede (niet langer actief) en Princess in Emelgem. In Princess wonen bewoners zelfstandig in een van de 53 assistentieflats, midden in een groene omgeving. Ze kunnen er gebruikmaken van gemeenschappelijke voorzieningen, activiteiten en ondersteuning door een woonassistent.
Ook Trochus in Rumbeke maakt deel uit van het huidige aanbod. Deze 18 assistentiewoningen liggen vlak naast woonzorgcentrum Sint Henricus. Hoewel bewoners er volledig zelfstandig wonen, kunnen ze meegenieten van de levendigheid, activiteiten en dienstverlening van de nabijgelegen zorgcampus. Die verbinding zorgt voor extra ontmoeting en ondersteuning.
Op zoek naar de juiste balans
Het aanbod aan gewone appartementen die toegankelijk en geschikt zijn voor ouderen blijft groeien. Sommige daarvan worden aangeboden tegen een prijs die vergelijkbaar is met die van een erkende assistentiewoning. Daardoor moet deze woonvorm duidelijk blijven tonen waar haar echte meerwaarde ligt.
Die meerwaarde zit niet alleen in het gebouw. Het zijn vooral de permanentie, het gemeenschapsgevoel, de woonassistentie en de mogelijkheid om bijkomende zorg en ondersteuning in te schakelen die het verschil maken.
De toekomst zal uitwijzen hoe assistentiewoningen verder evolueren. Daarbij wordt het zoeken naar een goede balans tussen zelfstandig wonen, betaalbaarheid, gemeenschapsvorming en ondersteuning bij een toenemende zorgbehoefte.
Wat in 2000 begon met Zilverschoon, blijft daarom ook vandaag relevant: mensen een eigen thuis bieden waar ze zelfstandig kunnen leven, maar zich tegelijk veilig, ondersteund en verbonden voelen.